<rss version="2.0">
  <channel>
    <title>J. Schouwenaar (Jaco)</title>
    <link>https://test.blue.repub.idris.pub/ppl/894/</link>
    <description>List of Publications</description>
    <language>en</language>
    <item>
      <title>De literaire verwerking van een oorlog</title>
      <link>https://test.blue.repub.idris.pub/pub/2865/</link>
      <pubDate>Fri, 01 Jul 2005 00:00:01 GMT</pubDate>
      <description>&lt;div&gt;J. Schouwenaar&lt;/div&gt;
‘Vier nachten zijn er inmiddels&#13;
verstreken en ik zie hoe de lichamen&#13;
zich aftekenen, zichtbaar worden, in&#13;
de dageraad die nogmaals de aardse&#13;
hel komt opklaren.&#13;
Barque lijkt, nu hij verstijfd is, kolossaal. Zijn armen liggen strak langs&#13;
zijn lichaam, zijn borst is ingedrukt&#13;
en zijn buik uitgehold als een kom.&#13;
(...) Barque en Biquet hebben kogels&#13;
in hun buik gekregen, Eudore in zijn&#13;
keel. Door het verslepen en vervoeren&#13;
zijn ze nog meer toegetakeld.&#13;
De dikke Lamuse was leeggebloed en&#13;
had een gezwollen en gerimpeld&#13;
gezicht waarvan de ogen steeds dieper&#13;
in hun kassen wegzonken, het ene iets&#13;
meer dan het andere. (...) Zijn rechterschouder is door meerdere kogels&#13;
versplinterd en zijn arm zit alleen nog&#13;
maar vast met wat repen stof van de&#13;
mouw en de touwtjes die we eromheen&#13;
Er begint een pestlucht te hangen rond&#13;
de stoffelijke resten van deze wezens&#13;
met wie we op zo’n vertrouwelijke&#13;
manier hebben geleefd en zo’n lange&#13;
tijd hebben geleden.&#13;
Wanneer we ze zien, zeggen we: “Ze&#13;
zijn alle vier dood. ”Maar ze zijn zo&#13;
misvormd dat we niet echt denken:&#13;
“Dat zijn zij.” En pas wanneer we ons&#13;
van deze bewegingsloze monsters&#13;
afwenden, voelen we de leegte die er&#13;
ontstaan is tussen ons en de gemeenschappelijke dingen die we niet langer&#13;
samen delen.’</description>
    </item>
  </channel>
</rss>
