Op 14 april 1433 overleed na een ziekbed van achtendertig jaar in een geur van heiligheid Liduina in Schiedam. Ze werd begraven op het kerkhof van de Grote- of Sint Janskerk. Haar graf trok veel pelgrims, daarom werd er enkele jaren later een gedachteniskapel overheen gebouwd. Door de uitbreiding van de kerk aan het begin van de zestiende eeuw kwamen haar graf en de kapel in de kerk te liggen. De eeuwige rust waarnaar zij tijdens haar leven vurig had verlangd, was haar op die plek niet gegund. Wat maakt deze vrouw en haar cultus zo bijzonder?