Er was een tijd dat citroenen bijna te kostbaar waren om op te eten; ze werden van ver aangevoerd over zee en golden als een exclusieve delicatesse. Voordat ze werden geconsumeerd, werden ze vaak zo realistisch mogelijk vastgelegd op zogenaamde pronkstillevens, samen met uit China geïmporteerd serviesgoed, kwetsbaar glas, uitzonderlijk fijn zilveren of gouden vaatwerk en andere blijken van welstand.