Terwijl Erasmus in het voorjaar van 1509 met volle teugen genoot van zijn verblijf in Rome en de talloze studieuze mogelijkheden aldaar, ontving hij een brief van zijn Engelse mecenas Mountjoy. De boodschap was dat hij naar Engeland moest komen. Koning Hendrik VIII had inmiddels de troon bestegen en met de jonge vorst zou een gouden tijd aanbreken voor humanistische geleerden als Erasmus, wiens ster de luisterrijke omgeving als geen ander zou verlichten.