'Ik heb mij altijd zo gedragen, in gehoorzaamheid aan God, dat ik mijn kracht en veiligheid voornamelijk in de loyale harten en goede wil van mijn onderdanen heb geplaatst.[ .•. ] Ik weet dat ik slechts het lichaam heb van een zwakke en breekbare vrouw; maar ik heb het hart en de moed van een koning, zelfs van een koning van Engeland, en ik acht het een blijk van grove minachting dat Parma of Spanje, of welke Europese vorst dan ook, de grenzen van mijn rijk zou durven overschrijden: (Uit: Speech to the troops at Tilbury, Elizabeth 1, 1588)