Oude zeeën zijn verdwenen / Klederdracht raakt in verval / Maar het geldt er als voorhenen / Urk dat is een soetendal / Wie er is die blijft er al. Die laatste zin van het Urker volkslied wordt nog steeds door veel mensen, ook buiten Urk, gekoesterd. Dit geldt vooral voor de kinderen die in ‘44-’45 door de Urker bevolking werden opgevangen.