2007-04-01
Tom Holland, Rubicon het einde van de Romeinse republiek
Publication
Publication
Kleio , Volume 48 - Issue 2 p. 38- 39
'In heel Rome hing als een kadaverlucht de geur van zijn mislukking. Jakhalzen in de senaat jankten en gromden van opwinding. Nu Pompejus hulpeloos op het droge lag te spartelen, begonnen ze zich af te vragen of ze niet nog een beest konden laten stranden. Caesars vijanden wisten dat er geen betere gelegenheid zou komen om korte metten met hem te maken. Drie jaar hadden ze gewacht - en nu besloot een van hen eindelijk toe te slaan.' Die ene, dat was natuurlijk Brutus, die besloten had met zijn mede-samenzweerders de Republiek te redden door zijn grootste bedreiging, Caesar dus, in bloed te smoren. En dat ging als volgt: ' ... toen voelde hij plotseling dat zijn toga van zijn schouders werd getrokken. 'Wat!' riep hij geschrokken uit. 'Dit is geweld!' Op hetzelfde moment voelde hij een vlijmscherpe pijn in zijn hals. Hij draaide zich om en zag een zwaard dat rood was van zijn eigen bloed.'