Reisbrieven zijn in het laatste kwart van de 2oe eeuw in de z.g. 'postkoloniale geschiedschrijving' herontdekt als bron om de koloniale verhoudingen te bestuderen. De postkoloniale geschiedschrijving begint volgens gebruikers van deze term in 1978 met het verschijnen van het boek Orientalism van Edward Said. Volgens Said functioneerden de imperialistische opvattingen, die je bij veel Europeanen in de koloniale tijd aantreft, ook bij Aletta Jacobs, als legitimatie van de koloniale verhoudingen tussen West en Oost. Historici kunnen door kritisch (taalkundig) tekstonderzoek dit beeld, dat de koloniaal van zichzelf en van de ander heeft, analyseren. De vele reisbrieven die in de koloniale tijd zijn verschenen vormen een ideale bron voor dit soort onderzoek. Het boek van Said wordt gezien als de aanzet, die navolgers in staat stelt tal van nieuwe visies te ontwikkelen, de 'post-Said standpunten'.