In 1932 vertrekken Jan de Putter en zijn vrouw Catho naar Nederlands-Indië. Daar zal Jan een betrekking krijgen als bestuursambtenaar. Daar ook worden hun kinderen Toos, Ineke en Ellen geboren. In 1944 overlijdt Jan in een interneringskamp van de Japanners. Zijn vrouw en kinderen overleven verschillende kampen en vertrekken na de oorlog naar Nederland. Als haar moeder overlijdt, krijgt Ineke het archief van haar vader in handen. Het is een belangrijke bron voor haar boek Sago op een tinnen bord, dat vorig jaar verscheen. Ze schreef het om de herinnering aan dit stuk geschiedenis van Nederlands-Indië levend te houden, én omdat ze kwaad is op de manier waarop de Nederlandse overheid haar ambtenaren in Indonesië behandelde toen de Japanners het land bezetten. 'Een evacuatie kostte de Nederlandse overheid te veel geld.'