Op 13 april 1942 klom de zevenjarige joodse Nederlander Alexander Silbiger achterop de fiets van zijn m oeder voor een tocht die hem via Frankrijk, Spanje, Trinidad en jamaica naar Curagao zou voeren. Lex hoorde bij een groep van 125 joodse vluchtelingen, de laatsten die de Antillen wisten te bereiken. Evenveel vluchtelingen waren hem al voorgegaan. Hijzelf en zijn familie konden eindelijk van hun vrijheid genieten op dit voor hen wonderlijke eiland, m aar veel andere joodse vluchtelingen werden op de Antillen achter prikkeldraad o f onder huisarrest geplaatst. 'Welke ironie van het lot, uit Duitsland verdreven, gem oord en geslagen;... heden opgesloten m et dezelfde misdadigers die Europa verwoesten...', schreef één van hen aan de plaatselijke rabbijn over de NSDAP-sympathisanten waarmee hij een slaapbarak deelde. Hoe was het mogelijk dat m en op de Antillen nazi's en joodse vluchtelingen aanvankelijk over één kam schoor en beide groepen tot in het laatste jaar van de oorlog als mogelijke vijanden zag? Oscar Lansen hoopt binnen afzienbare tijd op deze vraag te promoveren. Op verzoek van Kleio hier een kort overzicht van de problematiek.