In veel westerse landen is de afgelopen twintig jaar intensief gedebatteerd over de waarde, de inhoud en de vorm van historische cultuuroverdracht. Voorafgegaan door debatten in Duitsland over de plaats van het nazi-verleden in de schoolboeken, volgden discussies in Engeland, Frankrijk, de Verenigde Staten en Canada. Ook in Nederland bleef het niet stil. Maar terwijl in de Verenigde Staten een heuse 'culture w ar' werd uitgevochten over het geschiedenisonderwijs op de universiteiten, concentreerde m en zich in Nederland op het voortgezet onderwijs. In deze bijdrage wordt ingegaan op de cultuurhistorische context van de problematiek van de leerstofkeuze in het geschiedenisonderwijs. Achtergrond is een door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) gefinancierd onderzoeksproject dat we sam en m et Siep Stuurman onlangs zijn gestart: 'Paradoxes of De-Canonization. N ew Forms of Cultural Transmission in History'. In dat project onderzoeken we processen van canonvorming en decanonisering in Nederland en Engeland op twee verwante terreinen: de historiografie en herinneringscultuur van naties, en de geschiedenis van de politieke theorie. Het onderzoek wordt ondersteund door Euroclio, the European Standing Conference of History Teachers Associations, en een expertgroep van geschiedtheoretici, vakdidactici, docenten en museumspecialisten.