Eerst is de Gouden Eeuw ontstaan, die zonder wraak of wetten En van zichzelf rechtschapenheid en eerlijkheid bezat.' Zo begint Ovidius (43 v.-l 7 n.Chr.) in zijn 'Metamorphosen' 1,89 de beschrijving van de paradijselijke oertoestand van de mensheid, juist zoals in de joods-christelijke voorstelling van de Hof van Eden leefden de eerste mensen in het Gouden Tijdvak, de 'Aurea Aetas', zonder misdaad en arbeid. De zeeën bleven onbevaren. Metaal, het materiaal voor wapens, was even onbekend als oorlog.