Vanaf ongeveer 1800 begonnen Franse en Duitse schrijvers de opkomst van fabrieken in Engeland te vergelijken met de Franse Revolutie. De Franse dichter Lamartine sprak van 'het 1789 van de handel en de nijverheid' en Marx' vriend Friedrich Engels vond de industrialisatie van groter wereldhistorische betekenis van de Franse. Sindsdien is de term Industriële Revolutie in zwang geraakt. We zitten er een beetje mee opgescheept. Regelmatig laait de discussie op hoe revolutionair de Industriële Revolutie nou eigenlijk was en of we wel van revolutie moeten spreken. In de stofomschrijving van 'Met de loep op Lancashire' wordt gesproken van een langdurig proces, ook al konden de ontwikkelingen locaal, zoals in Manchester, erg snel gaan: een soort compromis tussen wel en geen revolutie dus.