Na de Japanse capitulatie op 15 augustus 1945 volgde twee dagen later, totaal onverwacht, het uitroepen van de onafhankelijke 'Republik Indonesia' door Soekarno en Hatta. Nederland werd compleet verrast door het optreden van de nationalisten. Terwijl de Nederlanders erop rekenden dat de japanse overgave het herstel van de vooroorlogse koloniale verhoudingen betekende, werden ze nu voor het eerst geconfronteerd met fanatiek gewapend verzet van Indonesiërs om dit te beletten. De inzet en acties van Nederlandse militairen tegen de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd zijn ook vandaag nog onderwerp van discussie tussen voor- en tegenstanders. Begrippen als 'koloniale onderdrukkingsoorlog' en 'Nederlandse oorlogsmisdaden' ontmoeten in onze tijd meer begrip dan in de jaren '50 en '60. De spraakmakende affaires rondom de Nederlandse overloper Poncke Princen en het extreem gewelddadige optreden van de troepen van kapitein Westerling roepen nog steeds heftige emoties en sterk tegengestelde meningen op, vooral onder ex-militairen. In dit artikel komen twee Nederlandse ex-militairen aan het woord, die in de crisistijd direct na de Duitse bezetting verschillende keuzen hebben gemaakt in de kwestie Nederlands-lndië. Indonesië-weigeraar Hans Petiet en Indië-ganger Anton Kalse vertellen over hun motieven om wel of niet als soldaat naar Nederlands-lndië te gaan. Daarnaast spreken ze openhartig over de gebeurtenissen die volgden nadat zij hun standpunt hadden ingenomen. Dat beide mannen veertig jaar later nog vol overgave en emotie hierover vertellen, maakte mij duidelijk dat het om een ingrijpende periode uit hun leven ging.