In de klas heerst een koortsachtige sfeer. Er wordt druk overlegd en hardop gedacht. Het bronnenmateriaal vliegt tussen de groepsleden over de tafels heen en weer. Geen leerling houdt zich afzijdig. Op gezette tijden wordt de docent bij een groepje leerlingen geroepen of wordt extra materiaal bestudeerd. Wie wat langer kijkt, merkt dat alle activiteiten binnen een duidelijke structuur passen. Regelmatig legt de docent het groepswerk stil en vraagt de leerlingen hoe ver ze zijn. Dat kost moeite, want de leerlingen willen verder werken. En als de bel voor de pauze gaat, moet de leraar de leerlingen bijna dwingen om het lokaal te verlaten.