De burgerrechtenbeweging en de regering Johnson streden er in de jaren zestig onder andere voor dat in schoolboeken meer aandacht besteed zou worden aan minderheden. De zuidelijke staten zagen dit pleidooi voor curriculumhervorming als een ongewenste inmenging van de federale overheid in hun aangelegenheden. Omdat zij beschikten over een eigen selectiesysteem konden zij scholen verbieden bepaalde methodes te gebruiken. Deze machtsstrijd stelde de uitgevers voor een dilemma.