In het dertiende-eeuwse Nederlandse literatuurlandschap liggen een aantal majestueuze bergtoppen: een onbekende, Vlaamse Willem schreef het beroemde dierenepos 'Van den vos Reynaerde', in de benedictijnerabdij van het Brabantse Affligem zette een andere Willem het magistrale jambische 'Leven van Lutgard' op perkament, eveneens in Brabant schreef de mystica Hadewijch haar 'Gedichten en Visioenen' en in Vlaanderen werden enkele oorspronkelijke Arthurromans te boek gesteld, zoals de 'Roman van Walewein' en de 'Moriaen'. Te midden van deze literaire toppen ligt het oeuvre van jacob van Maerlant als een massieve en imponerende bergketen.