In het najaar van 1569, een jaar na het uitbreken van de Nederlandse Opstand, bevond Willlem van Oranje zich in het hart van Frankrijk, vermomd en vergezeld door slechts een handjevol reisgenoten. In maart van datzelfde jaar was hij aan het hoofd van een leger de FransDuitse grens overgetrokken om de hugenoten – Franse protestanten die in oorlog waren met hun vorst – te hulp te schieten. Geldtekort dwong hem echter zijn troepen voortijdig te verlaten. Hoe past deze curieuze episode in het leven van de Vader des Vaderlands?