‘Madame, can I offer you some refreshments? Coffee, tea, or water? We have fresh juices, if you’d please. Some brandy perhaps?’ Ik zit op een met fluweel beklede fauteuil naast een natuurstenen pilaar, in een ontvangstruimte die je in een classicistisch paleis van een Europese vorst zou verwachten. Op het moment dat de gastvrouw mij iets te drinken aanbiedt, blijkt alleen uit de drukkende hitte in de ruimte en de palmbomen die ik vanuit het raam kan zien, dat ik mij in het Namibische parlementsgebouw bevind en niet in Schönbrunn of Versailles