Het is april 1917 en om met de Duitse schrijver Erich Maria Remarque te spreken: im Westen nichts Neues. Het lijkt rustig aan het westelijk front. De grote veldslagen van 1916 – de maandenlange gevechten bij Verdun, het bloedbad aan de Somme – hebben hun tol geëist en men lijkt de wonden te likken. Het mag een wonder heten dat de frontsoldaten zonder morren blijven doorvechten, ook als zij door hun meerderen telkens weer door een spervuur van kogels en granaten over open vlaktes worden gestuurd, waarbij ze vaak niet eens de stellingen van de vijand bereiken.