Onder veel geschiedenisdocenten leeft het idee dat de taalvaardigheid van hun leerlingen ondermaats is. Ze lezen teksten en vragen niet goed en dat heeft effect op hun leerprestaties. Leerlingen ervaren zelf ook taalproblemen, maar zij ervaren vooral woordenschat als hun grootste probleem. Hoe is het nu eigenlijk gesteld met de woordenschat van leerlingen? Zijn geschiedenisdocenten in staat om die woordenschat adequaat in te schatten? En in hoeverre houdt de woordenschat van leerlingen verband met de mate waarin ze historische leerteksten begrijpen?

Kleio
VGN Kleio

Glasbergen, S., & Wilschut, A. (2018). Wie weet wat het begrip communisme betekent?: Woordenschat en tekstbegrip onder havo 4-leerlingen. Kleio, 59(1), 27–31.