De heerschappij van Napoleon over een groot deel van Europa roept bij velen het beeld op van een totalitaire staat, met strakke hand geregeerd door een megalomane, omhooggevallen burgerkeizer. Over de meer constructieve kanten van de napoleontische periode hebben zelfs historici minder te melden, sinds grote rijken en alleenheersers uit de mode zijn. Eén aspect ervan blijft in elk geval overeind als blijvende en blijkbaar nuttige verworvenheid: de codificatie en modernisering van het recht.