In de achttiende eeuw leek China nog een stabiel, ordelijk en welvarend keizerrijk, eind negentiende eeuw was het echter de ‘zieke man van Azië’ geworden. Op industrieel en technisch gebied liep het ver achter bij het Westen: vernederd, economisch geëxploiteerd en intern verscheurd. Een nijpend probleem was de overbevolking. Staatsinkomsten gingen achteruit en het gezag van de Qing-dynastie verzwakte. Daarbij kwam een fatale factor: opiumverslaving.