Eind achttiende eeuw schreef de Pruisische filosoof Immanuel Kant zijn hoofdwerk Kritik der reinen Vernunft (1781) dat een belangrijke rol ging spelen in het ‘verlicht denken’. Zijn artikelen in het verlichte maandblad Berlinische Monatsschrift bleken eveneens toonaangevend te zijn in de definiëring van de verlichting. Kants ‘criticisme’ vormt een radicale breuk in de geschiedenis van het denken, vergelijkbaar met de omwenteling die Copernicus in de astronomie teweegbracht.