Het strafrecht kreeg tijdens de bezetting van de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog nieuwe uitgangspunten en contouren. Het motto van het ‘nieuwe strafrecht’ was: het algemeen belang gaat boven het individuele. ‘... niet de individueele mensch als zoodanig, maar de Nederlandsche nationale Volksgemeenschap [heeft] aanspraak op bescherming van het strafrecht, gewaarborgd door den rechter.