Vijftig jaar geleden besloot Mao Zedong dat hij vóór zijn overlijden een onuitwisbaar stempel op het door hem ‘bevrijde’ China moest drukken. Hij zag zichzelf als een revolutionair van het kaliber Lenin en Stalin. Een diepgaande verandering van de Chinese maatschappij zou het maoïsme stevig verankeren. De Grote Proletarische Culturele Revolutie bleek al snel een onbeheersbaar monster, dat tot op de dag van vandaag zijn sporen heeft nagelaten.